Nieuwe belastingmaatregelen vanwege de coronacrisis

Het kabinet heeft een zestal nieuwe belastingmaatregelen gepresenteerd om voornamelijk ondernemers te ondersteunen in de coronacrisis. De maatregelen zijn een aanvulling op de eerder gepresenteerde maatregelen en zijn erop gericht om ondernemers meer financiële ruimte te geven.

1. Verlaging van het gebruikelijk loon bij omzetdaling
Aandeelhouders die ten minste 5% van de aandelen in een vennootschap bezitten en tevens werkzaam zijn in de vennootschap, dienen te voldoen aan de gebruikelijk-loonregeling. Deze regeling houdt in dat zij minimaal een salaris van € 46.000 moeten ontvangen. Voor 2020 is goedgekeurd dat dit salaris bij een omzetdaling lager mag worden vastgesteld. De verlaging is evenredig met de omzetdaling, waarbij het deel van het jaar in 2020 wordt vergeleken met dezelfde periode in 2019.

2. Versoepeling urencriterium
Ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van verschillende ondernemersfaciliteiten. De bekendste hiervan is de zelfstandigenaftrek. Ondernemers mogen hier enkel gebruik van maken als ze minimaal 1.225 uur per jaar aan hun onderneming besteden, het urencriterium. Om te voorkomen dat ondernemers het recht op de aftrek verliezen, gaat de Belastingdienst ervan uit dat de ondernemers in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uur per week aan hun onderneming hebben besteed. Dit geldt ook als de ondernemers deze uren in verband met de coronacrisis niet daadwerkelijk hebben besteed. Voor seizoensgebonden ondernemers geldt een aanvullende regeling, waarbij zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren deden. Met behulp van de administratie 2019 kan een ondernemer inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed in de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 mei 2019, waardoor kan worden beoordeeld of de ondernemer voor 2020 aan het urencriterium voldoet.

3. Werkkostenregeling
Via de vrije ruimte van de werkkostenregeling kunnen werkgevers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers geven. De vrije ruimte bedraagt 1,7% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever, daarboven bedraagt dit 1,2%. Voor 2020 wordt deze eenmalig verhoogd naar 3% voor de eerste € 400.000. Dat biedt werkgevers de mogelijkheid om werknemers in deze moeilijk tijd extra tegemoet de komen, door bijvoorbeeld het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Dit kan ook weer een boost geven aan sectoren die sterk zijn getroffen door de coronacrisis.

4. Fiscale coronareserve in de vennootschapsbelasting
Voor vennootschapsbelastingplichtige bedrijven wordt het mogelijk om verliezen die zij in 2020 verwachten te lijden alvast in aanmerking te nemen bij het bepalen van de winst van 2019. Normaliter kan deze verrekening pas plaatsvinden bij het doen van de aangifte vennootschapsbelasting 2020. Dat betekent dat de betaalde vennootschapsbelasting 2019 pas wordt terugbetaald nadat de aangifte vennootschapsbelasting 2020 definitief door de Belastingdienst is vastgesteld en het verlies 2020 is verrekend. Omdat het kabinet het wenselijk acht dat deze bedrijven eerder over deze liquiditeiten beschikken, is het mogelijk om in 2019 een reserve te vormen voor het te verwachten verlies in 2020. Deze fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019, zonder rekening te houden met deze reserve.

5. Uitstel inwerkingtreding wetsvoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap
Het wetsvoorstel Wet excessief lening bij de eigen vennootschap zou per 1 januari 2022 ingaan en heeft als doel om fiscaal gedreven belastinguitstel door directeur-grootaandeelhouders (dga’s) te ontmoedigen. Door het wetsvoorstel is belasting verschuldigd over schulden aan de eigen vennootschap, welke hoger zijn dan € 500.000 (exclusief eigenwoningschulden). De inwerkingtreding van dit wetsvoorstel wordt één jaar uitgesteld tot 1 januari 2023. Hierdoor hebben dga’s meer tijd om zich voor te bereiden en schulden aan de eigen vennootschap af te lossen.

6. Betaalpauze voor hypotheekverplichtingen
Kredietverstrekkers willen klanten de mogelijkheid bieden een betaalpauze van rente en aflossing aan te gaan voor maximaal zes maanden, als zij tijdens de coronacrisis niet aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen. Volgens de fiscale regels moeten de betalingen bij een betaalpauze in 2020 dit uiterlijk in 2021 worden ingehaald. Op basis van de nieuwe maatregelen hoeft dit niet voor 31 december 2021 te gebeuren, maar kan de betalingsachterstand worden uitgesmeerd over de resterende looptijd van de schuld. Een klant kan ook ervoor kiezen om de resterende lening te splitsen. Hierdoor hoeft de betalingsachterstand niet uitgesmeerd te worden over de gehele looptijd, maar kan dit apart afgelost worden binnen bijvoorbeeld vijf jaar.

Hebt u vragen over het bovenstaande? Neem contact met ons op, we zijn u graag van dienst!

Gepubliceerd: 30 april 2020