Handel met het Verenigd Koninkrijk? Van verwerving naar invoer?

In dit artikel kunnen wij nog niet voorspellen of de Brexit doorgaat, uitgesteld gaat worden, of er een ‘harde’ of een ‘zachte’ Brexit komt. Zelfs de hoofdrolspelers van dit politieke spel lijken dit niet meer te weten. Wij kunnen u echter wel voorspellen dat er ook na 29 maart 2019 goederen gekocht blijven worden in het Verenigd Koninkrijk. Als het Verenigd Koninkrijk op dat moment geen EU-lidstaat meer is, dan is invoer btw aan de grens verschuldigd. Dit kunt u voorkomen middels een aanvraag verleggingsregeling bij import.

De internationale handel tussen EU-lidstaten is zodanig geregeld dat in de meeste gevallen hiervoor het 0% btw tarief toegepast kan worden. De leverancier geeft een Intracommunautaire levering aan. De ontvanger van de goederen, een Intracommunautaire verwerving in de lidstaat van ontvangst. Deze ontvanger geeft de verschuldigde btw aan op de aangifte en trekt deze btw ook weer af in dezelfde aangifte (mits recht op aftrek van voorbelasting). Door dit systeem wordt aan alle btw verplichtingen voldaan, zonder dat dit leidt tot een liquiditeitsnadeel voor de ondernemers.

Voert u als ondernemer goederen in uit niet-EU landen, dan is de btw direct verschuldigd zodra de goederen Nederland binnen komen. Aangenomen dat u recht heeft op vooraftrek, trekt u deze invoer-btw af in de volgende aangifte. Hierdoor ontstaat natuurlijk een liquiditeitsnadeel van enkele weken of zelfs maanden. Voor ondernemers is dit liquiditeitsnadeel te voorkomen middels de zogenoemde ‘artikel 23 beschikking’.

Heeft u vragen over deze beschikking of andere btw vragen? Neem contact op met Wendy Volker.

Gepubliceerd: 25 januari 2019