Prinsjesdagspecial

Ondernemers

Zelfstandigenaftrek in 9 jaar terug naar € 5.000
Een ondernemer voor de inkomstenbelasting komt in aanmerking voor de zelfstandigenaftrek van € 7.280 (2019) als hij aan het urencriterium van 1.225 uur voldoet. Om de fiscale verschillen tussen werknemers en zelfstandig ondernemers zo klein mogelijk te maken, heeft het kabinet besloten om de zelfstandigenaftrek af te bouwen. Het kabinet stelt daarom voor de zelfstandigenaftrek, die nu nog € 7.280 bedraagt, vanaf 2020 in stappen te verlagen met € 250 per jaar in de eerste acht jaar en een laatste verlaging in het negende jaar van € 280. Hiermee komt de zelfstandigenaftrek in 2028 uit op maximaal € 5.000. Doordat tegenover de afbouw van de zelfstandigenaftrek maatregelen staan die de lasten verlichten (zoals de verhoging van de arbeidskorting), gaan zelfstandigen er tot en met 2028 in de meeste gevallen nog steeds op vooruit zegt het kabinet. Of dit ook zo is, beoordelen wij graag voor u.

Minder tariefsverlaging vennootschapsbelasting versus verhoging box 2 tarief
De eerder voorgestelde verlaging van het hoge vennootschapsbelasting (Vpb) tarief in 2020 wordt toch niet doorgevoerd en blijft gehandhaafd op 25%. De voorgestelde verlaging in de eerste tariefschijf wordt niet aangepast. Het tarief in de eerste schijf wordt in 2020 16,5% en het tarief in de tweede schijf blijft dus 25%. Vanaf 2021 worden de tarieven 15% respectievelijk 21,7% (eerder was 20,5% voorgesteld).

Vorig jaar is in het belastingplan reeds besloten het box 2 tarief in 2 stappen te verhogen, van 25% (2019) naar 26,25% (2020) en 26,9% (2021). Het gecombineerde tarief (lees: belastingdruk) voor een directeur-grootaandeelhouder (Vpb en box 2 samen) komt voor 2020 dan uit op 38,42%. In 2021 bedraagt deze belastingdruk 37,87%. NB: deze percentages gelden voor de belastbare winsten tot € 200.000.

Hiermee komt de belastingdruk voor DGA’s net iets hoger uit dan de voorgestelde tarieven voor werknemers (niet zijnde DGA’s) in box 1 in 2020 en 2021, respectievelijk 37,35% en 37,10%. Daarnaast moet bij een DGA wel nog rekening worden gehouden met de (netto-)kosten voor sociale zekerheid. Deze moet de DGA, in tegenstelling tot een gewone werknemer, zelf bekostigen van zijn (netto-)inkomen.

Samen met de versobering van de zelfstandigenaftrek is dit wellicht het juiste moment om de rechtsvorm van uw onderneming nog eens tegen het licht te houden. Baat helpt u graag bij het maken van een weloverwogen keuze hierin.

Innovatiebox minder voordelig
Vennootschapsbelastingplichtigen die winst maken met innovatieve activiteiten hoeven over dit deel van de winst minder belasting te betalen. Voor deze innovatieve winsten geldt de zogenaamde innovatiebox. Het kabinet is van plan om het effectieve tarief van de innovatiebox te verhogen van 7% naar 9%. Hierbij tekenen wij aan dat dit plan nog niet in een wetsvoorstel is omgezet. De verwachting is dat dit vanaf 2021 moet ingaan. U heeft derhalve nog tijd om hierop te anticiperen door het – waar mogelijk – naar voren halen van deze innovatieve winsten en ze in 2019 en 2020 te laten belasten. Wij bespreken graag met u de mogelijkheden om tijdig voor te sorteren.

Verhoging overdrachtsbelasting voor niet-woningen
Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor onroerende zaken (niet-woningen) bedraagt thans 6%. Voorgesteld wordt per 1 januari 2021 het tarief te verhogen naar 7%. Niet-woningen zijn bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, bedrijfsruimten, grond die bestemd is voor woningbouw en hotels en pensions. De verhoging van het algemene tarief gaat in op 1 januari 2021. Deze maatregel strekt ter dekking van het klimaatakkoord. Daarnaast wordt hiermee de burger ontzien en moet het bedrijfsleven de rekening meebetalen. Het tarief voor woningen blijft overigens gehandhaafd op 2%. Dit laatste maakt het fiscaal nog relevanter om de mogelijkheden te bezien een over te dragen pand als woning te (laten) kwalificeren. De rechtspraak heeft in twijfelgevallen recentelijk namelijk gunstig beslist. Wij bekijken graag met u of de overdracht van een onroerende zaak tegen 2% overdrachtsbelasting mogelijk is.

¹ Bij berekening uitgegaan van tarieven 2021.

Auto en mobiliteit

Bijtelling elektrische auto’s
Per 1 januari 2020 wordt u als elektrisch rijder wederom geconfronteerd met aangepaste bijtellingsregels. De fiscale bijtelling voor elektrische auto’s stijgt naar 8% (was 4%) over de cataloguswaarde tot € 45.000 (was € 50.000). Boven € 45.000 bent u de gewone bijtelling van 22% verschuldigd. Voorgesteld wordt om in 2021 de bijtelling naar 12% te verhogen over de eerste € 40.000. De ‘gewone’ bijtelling blijft 22%. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000, totdat vanaf 2026 geen verschil meer wordt gemaakt tussen elektrische en gewone auto’s van de zaak.

Ons advies: koop in 2019 nog een elektrische auto! Dan profiteert u van de bijtelling van 4% over de cataloguswaarde tot € 50.000 en 22% voor het meerdere. Ook de voordelen voor de BPM en de motorrijtuigenbelasting zijn relevant om te benoemen. Wij staan klaar om u te adviseren.

Omzetbelasting

Wet implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten
Het wetsvoorstel treedt in werking per 1 januari 2020. De onderwerpen in het wetsvoorstel betreffen:

  1. De btw-regelgeving over de voorraad die een ondernemer aanhoudt in een andere lidstaat op afroep van een bij hem bekende afnemer.
  2. Een regeling voor zogenoemde ketentransacties waarmee wordt bepaald welke van de leveringen in die keten als intracommunautaire levering heeft te gelden.
  3. Het bewijs van het intracommunautaire vervoer van goederen naar andere lidstaten.
  4. De status van het btw-identificatienummer.

Het voert te ver om op deze plaats de details van de 4 genoemde onderwerpen te bespreken.

Indien u als ondernemer veel te maken heeft of krijgt met grensoverschrijdende goederentransacties binnen de EU dan is het verstandig samen met uw Baat-adviseur de gevolgen van deze wetgeving te beoordelen. Een correcte naleving van de gestelde eisen aan een intracommunautaire levering kan u immers het schrappen van het nihiltarief en het naheffen van omzetbelasting door de belastingdienst besparen.

Laag btw-tarief elektronische uitgaven
Het verlaagd btw-tarief van 9% gaat ook gelden voor boeken, educatieve informatie voor het onderwijs, dagbladen, tijdschriften en dergelijke in elektronische vorm. U als ondernemer mag het verlaagde tarief ook toepassen op het verlenen van toegang tot nieuwswebsites zoals die van dagbladen, weekbladen en tijdschriften.

Wij maken u er op attent dat het verlaagde btw-tarief niet van toepassing is op elektronische uitgaven en nieuwswebsites die uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal, video-inhoud of beluisterbare muziek.

Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting al in 2020 terug naar twee schijven
Het kabinet haalt het invoeren van het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting een jaar vooruit. Dat moet nu al in 2020 ingaan, in plaats van een jaar later. Uit de Prinsjesdagstukken blijkt dat er in 2020 nog maar twee tarieven overblijven in de inkomstenbelasting. Onder een inkomen van € 68.507 betaalt u 37,35%, daarboven bedraagt de belasting 49,5%. Daarmee bent u dus niet langer meer dan de helft van uw inkomen kwijt aan de schatkist. Oorspronkelijk zouden de tarieven in de inkomstenbelasting in 2020 alleen maar iets naar elkaar toegroeien. Maar het kabinet haalt de ombouwoperatie nu dus een jaar naar voren. Met de maatregelen wil het kabinet ‘werken nog lonender maken’. Een extra verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting versterkt dit effect.

Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen. Voor AOW-gerechtigden geldt een andere tariefstructuur.

Arbeidskorting komende jaren extra hard omhoog
Volgens de voorstellen stijgt de maximale arbeidskorting de komende jaren extra hard. Voor u als werkenden heeft u volgend jaar recht op € 420 meer korting. In 2020 gaat de maximale korting omhoog van € 3.399 naar € 3.819. Per 2021 komt daar nog eens € 324 bij, met een maximum in dat jaar van € 4.143. Het kabinet wil het grote verschil in de fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen kleiner maken. Een verhoging van de arbeidskorting en een geleidelijke verlaging van de zelfstandigenaftrek zijn maatregelen die daarvoor moet zorgen.

Let op: voor werkenden die de AOW-leeftijd al bereikt hebben, gelden andere getallen en percentages.

Overige heffingskortingen
Ook de overige heffingskortingen worden verhoogd. Zie onderstaande tabel.

Tarief aftrekposten daalt minder hard
De snellere daling van het hoogste tarief in de inkomstenbelasting heeft vooralsnog geen gevolgen voor de afbouw van aftrekposten. Eerder is namelijk aangekondigd dat een aantal ‘grondslagverminderende posten’ nog maar tegen het lage (eerste schijf) tarief in de inkomstenbelasting aftrekbaar zouden zijn. Het gaat dan onder andere om ondernemersfaciliteiten als de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. De terbeschikkingsvrijstelling en de aftrek voor alimentatie vallen hier ook onder. Het kabinet meldt in zijn plannen dat het oude ‘afbouwpad’ blijft gelden. Daardoor zijn deze aftrekposten in 2020 nog tot 46% aftrekbaar.

Energiebelasting
U betaalt als particulier energiebelasting per m3 gas en kWh elektriciteit. Hoe meer energie uw huishouden verbruikt, hoe meer energiebelasting u betaalt. De meeste huishoudens blijven met hun verbruik in de eerste belastingschijf. Het tarief in deze eerste schijf voor elektriciteit gaat vanaf 2020 omlaag. Op dit moment betalen huishoudens voor elektriciteit 9,86 cent per kWh aan energiebelasting. Het tarief van de eerste schijf voor elektriciteit daalt met 0,09 cent per kWh. Dit tarief daalt de komende jaren verder. Het tarief in de eerste schijf voor aardgas gaat juist omhoog. Op dit moment betalen huishoudens voor aardgas 29,31 cent per m3. Op 1 januari 2020 stijgt het tarief van de eerste schijf voor aardgas met 3,99 cent per m3. In de 6 jaren daarna komt hier nog 1 cent per m3 per jaar bij. De maatregel maakt de overstap aantrekkelijker van aardgas naar elektrische en meer duurzame warmteopties, zoals een elektrische kookplaat en een warmtepomp die gebruik maakt van aardwarmte. Doe mee aan de transitie en doe er uw voordeel mee!

Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven
Deze afschaffing is reeds in 2016 aangekondigd. In plaats van de aftrek van scholingsuitgaven als persoonsgebonden aftrek (boven de drempel van € 250) wordt een niet-fiscale uitgavenregeling voorgesteld om een effectievere en doelmatigere inzet van budgettaire middelen mogelijk te maken. Deze niet-fiscale uitgavenregeling, de Subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie), is bedoeld voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De wijzigingen treden in werking op het moment dat het STAP-budget in werking treedt. De beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2020 aanstaande is niet gehaald. Verwachting is dat dit 1 jaar later wordt. Er is geen overgangsrecht voorgesteld, hetgeen het maken van een keuze voor het volgen van een kwalificerende opleiding naar voren toe haalt. Kosten gemaakt na invoering van het STAP-budget worden namelijk niet meer in aftrek toegelaten, ondanks dat voor deze uitgaven wellicht eerder verplichtingen zijn aangegaan. Bij een latere teruggaaf van scholingsuitgaven geldt weer wel overgangsrecht. Laat u hierover tijdig en deskundig adviseren. Neem contact op met uw Baat-adviseur.

Werkgevers

Verruiming werkkostenregeling
De vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) maakt onbelaste vergoedingen en verstrekkingen van een werkgever aan een werknemer mogelijk, ook al is er een privé-voordeel. De vrije ruimte wordt conform de voorstellen in 2020 vergroot. Er worden twee schijven in de berekening van de vrije ruimte voorgesteld. De vrije ruimte wordt dan berekend door 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,2% van het meerdere boven de € 400.000. Het MKB zal door deze vormgeving relatief het meest profiteren. Het betekent immers een vergroting van de vrije ruimte met € 2.000 (0,5% van € 400.000). Hiermee komt het gewenste bedrijfsuitje met uw personeel of het toekennen van (kleine) bonussen weer eerder in zicht.

Daarnaast komt de vergoeding voor de Verklaring omtrent gedrag (VOG) niet langer ten laste van de vrije ruimte. Deze vergoeding wordt onder de gerichte vrijstellingen gebracht.

Tenslotte wordt voorgesteld om de termijn waarbinnen een werkgever de verschuldigde eindheffing – in verband met het overschrijden van de vrije ruimte van de WKR – moet vaststellen met een maand te verlengen. Dit is een welkome lastenverlichting aangezien de WKR-berekening dan ieder jaar (pas) in maart gereed moet zijn (in plaats van nu februari).

Wij ondersteunen u graag bij het maken van de juiste WKR-beslissingen. Onze deskundige adviseurs staan voor u klaar!

Wet vermindering afdracht loonbelasting
De wijze van aanvragen van S&O-afdrachtvermindering wordt eenvoudiger. Het aantal aanvraagmomenten per jaar zal worden uitgebreid van drie naar vier. Het uiterste moment van het indienen van een aanvraag wordt gesteld op de dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Dit is thans nog ten minste een maand voorafgaand aan die periode. Indien u een aanvraag wilt doen voor een periode die aanvangt op 1 januari, dan moet de aanvraag uiterlijk 20 december van het daaraan voorafgaande jaar zijn ingediend. Het verdient aandacht dat termijnoverschrijding in geval van een verstoring van het digitale loket mogelijk verschoonbaar kan zijn.

Bespreek de indiening van dergelijke aanvragen tijdig met uw Baat-adviseur om geen afdrachtvermindering mis te lopen.

Internationaal

Bronbelasting op renten en royalty’s
Tot op heden kent Nederland geen bronheffing op rente- en royaltybetalingen door Nederlandse lichamen (vennootschappen en instellingen) aan buitenlandse lichamen. Nederland heeft veel belastingverdragen gesloten waarin staat dat rente en royalty’s belastingvrij aan een Nederlands lichaam kunnen worden uitbetaald, gevolgd door een betaling van dat Nederlandse lichaam – zonder inhouding van bronheffing – aan een lichaam in een belastingparadijs (zgn. laagbelastend land).

Het kabinet stelt thans voor een bronbelasting op uitgaande rente- en royaltybetalingen naar dergelijke landen in te voeren. Deze maatregel richt zich niet alleen op brievenbusfirma’s. Ook lichamen met echte activiteiten in Nederland kunnen inhoudingsplichtig voor de bronheffing worden. Het tarief is even hoog als het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting (2020: 25% en 2021: 21,7%). De wet treedt in werking per 1 januari 2021. Enkele misbruikbepalingen gaan daarentegen al gelden vanaf 1 januari 2020. Internationale concerns zullen derhalve ruim voor 2021 een analyse moeten maken van hun rente- en royaltystromen. Wij adviseren u hier tijdig mee te starten, waarbij Baat u vanzelfsprekend graag deskundig begeleidt.

Nadere invulling begrip vaste inrichting
Om de kwalificatie als vaste inrichting in een (buiten)land doelbewust te omzeilen, hetgeen in de praktijk nogal eens gebeurt, wordt een nadere invulling van het begrip vaste inrichting door het kabinet voorgesteld. De aanwezigheid van een vaste inrichting (bijvoorbeeld een kantoor of filiaal) is in verdragssituaties immers reden voor een staat om belasting te kunnen heffen van een niet in die staat gevestigd lichaam of ondernemer. In verdragssituaties wordt in de nationale wetgeving (loonbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting) een direct verband gelegd met de definitie van de vaste inrichting in het specifieke belastingverdrag. Zo is het heffingsrecht dat op basis van een belastingverdrag aan Nederland toekomt veiliggesteld. Voor niet-verdragssituaties wordt met dit wetsvoorstel de definitie van het begrip vaste inrichting in de inkomstenbelasting, de loonbelasting en de vennootschapsbelasting in lijn gebracht met de meest recente versie van het modelverdrag van de OESO. De wijzigingen betreffen overigens ook de vaste vertegenwoordiger.

Baat bekijkt graag met u of deze nadere invulling van het begrip vaste inrichting gevolgen heeft in uw situatie.

Liquidatie- en stakingsverliesregeling
Een doorn in het oog van Nederland is dat bedrijven bij de ontbinding van een dochteronderneming of het staken van een bedrijfsactiviteit in het buitenland onbeperkt verliezen af kunnen trekken van hun Nederlandse winst. Het kabinet stelt voor vanaf 2021 de liquidatie- en stakingsverliesregeling zodanig te wijzigen dat minder vaak een verlies in aftrek kan worden gebracht. De plannen die er thans liggen (het is nog niet in een wet vervat) moeten het onmogelijk maken om een liquidatie- en stakingsverlies te nemen op deelnemingen en vaste inrichtingen buiten de EU en de EER. Tevens moet anticipatiegedrag met de voorgestelde plannen worden beperkt. Het is de bedoeling dat de aanpassingen vanaf 2021 gaan gelden. Natuurlijk beoordelen wij graag of de voorgestelde aanpassingen effect hebben op uw situatie.

Formeel belastingrecht

Boetevrije inkeer aangepast
Om de hoogte van een bestuurlijke boete te beperken kunt u op grond van de zogenaamde inkeerregeling voor de belastingdienst verzwegen inkomen of vermogen alsnog aangeven.

Voorgesteld wordt dat boetevrij inkeren op grond van deze regeling voor twee (extra) bronnen wordt uitgesloten, namelijk met:

  • box 2-inkomen, en
  • inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen.

Het bestaande onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnenland is opgekomen wordt hiermee weggenomen.

Ons advies: laat u deskundig adviseren indien u overweegt in te keren!

Aanpassen belastingrente vennootschapsbelasting
In de voorstellen van het kabinet is opgenomen dat er geen belastingrente meer in rekening wordt gebracht als de aangifte vennootschapsbelasting tijdig wordt ingediend. Tijdig indienen betekent: voor de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven. Meestal is dit 1 juni. Bijkomende voorwaarde is dat de belastingaanslag moet worden vastgesteld conform de ingediende aangifte.

Aangezien de belastingrente voor de aanslagen vennootschapsbelasting is gekoppeld aan het wettelijke rentepercentage voor handelstransacties en dit percentage (al ruim 3 jaar) maar liefst 8% bedraagt, zal het tijdig indienen van een (voorlopige) aangifte vennootschapsbelasting aanzienlijk schelen in het uiteindelijk over een (goed) winstjaar over te maken bedrag naar de belastingdienst. Plan dit zorgvuldig met uw Baat-adviseur!

Aanpassen belastingrente erfbelasting
In de erfbelasting wordt – op veler verzoek – ook een versoepeling in de berekening van de belastingrente voorgesteld. Er wordt geen belastingrente meer in rekening gebracht indien:

  • het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt, mits
  • de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld conform dat verzoek of die aangifte.

Indien er wel belastingrente aan u als erven mag worden berekend dan vangt het tijdvak waarover de belastingdienst de belastingrente berekend aan op het moment waarop de in die situatie geldende aangiftetermijn is verstreken.

Uiteraard verzorgen wij als Baat altijd tijdig de aangifte erfbelasting voor onze cliënten. Dit kan u dus al snel honderden euro’s aan belastingrente besparen!

Gepubliceerd: 19 september 2019