Rechtsherstel box 3 en belastingheffing over werkelijk rendement in box 3

Vanaf 2025 wil het kabinet belasting gaan heffen over het werkelijke rendement in box 3. Middels een zogenaamde ‘vermogensaanwasbelasting’ zal jaarlijks belasting worden geheven over de werkelijke opbrengst van het vermogen.

Staatssecretaris Van Rij heeft op 15 april een brief gestuurd naar het parlement over hoe dit nieuwe systeem eruit gaan zien. Dit naar aanleiding van het kerstarrest van de Hoge Raad van eind vorig jaar. Vanaf augustus 2022 wordt rechtsherstel geboden voor een selectieve groep belastingplichtigen over de jaren 2017 tot en met 2022. Of de overige belastingplichtigen ook rechtsherstel krijgen geboden, volgt later dit jaar. Voor de tussenliggende jaren 2023 en 2024 wordt vergelijkbare tijdelijke wetgeving voorbereid.

Automatisch rechtsherstel
Ongeveer 60.000 mensen hebben bezwaar gemaakt tegen de heffing in box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020. Deze belastingplichtigen krijgen voor 4 augustus 2022 automatisch rechtsherstel via de zogenaamde forfaitaire spaarvariant. Eenzelfde rechtsherstel wordt opvolgend automatisch geboden voor alle nog niet onherroepelijk vaststaande of nog niet opgelegde aanslagen box 3 over de belastingjaren vanaf 2017:

  • Vanaf augustus 2022: alle aanslagen 2021 worden gefaseerd opgelegd.
  • Vanaf medio september 2022: herstel wordt geboden voor alle aanslagen 2017 tot en met 2020 die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden.
  • Vanaf medio oktober 2022: rechtsherstel volgt voor alle aanslagen 2017 t/m 2020 waarvoor nog geen aanslag was opgelegd.

(Nog) geen rechtsherstel voor niet bezwaarmakers
Belastingplichtigen die niet (tijdig) bezwaar hebben gemaakt, volgt (vooralsnog) geen rechtsherstel. Hiervoor wil de Staatssecretaris eerst wachten op uitspraak van de Hoge Raad in een box 3-procedure. Deze uitspraak wordt in het najaar van 2022 verwacht, waarna het kabinet beslist of ook aan deze doelgroep rechtsherstel wordt geboden.

Forfaitaire spaarvariant
Het rechtsherstel met spaarvariant vindt automatisch plaats op basis van de werkelijke verdeling van het spaargeld en de beleggingen van een belastingplichtige. De belastingplichtigen zullen daarbij belast worden op basis van de actuele spaarrente en voor schulden zal worden aangesloten bij de hypotheekrente. Beleggingen, zoals effecten en onroerend goed, zullen worden belast op de huidige methodiek, waarbij wordt uitgegaan van het meerjarig gemiddelde rendement voor beleggingen. Beleggers worden daardoor niet gecompenseerd voor slechte resultaten in een specifiek jaar, maar worden ook niet extra belast voor goede resultaten in een ander jaar.

Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • spaargeld wordt belast op basis van de actuele spaarrente (0,25% in 2017, 0,12% in 2018, 0,08% in 2019, 0,04% in 2020 en 0,01% in 2021);
  • voor schulden wordt aangesloten bij de hypotheekrente (3,43% in 2017, 3,20% in 2018, 3% in 2019, 2,74% in 2020 en 2,46% in 2021);
  • voor beleggingen (effecten en onroerend goed) wordt uitgegaan van het nu ook geldende meerjarige gemiddelde rendement voor beleggingen (5,39% in 2017, 5,38% in 2018, 5,59% in 2019, 5,28% in 2020 en 5,69% in 2021).

Bij de spaarvariant krijgt een belastingplichtige met € 200.000 vermogen in 2020, waarvan € 150.000 spaargeld en de rest beleggingen € 916 aan box 3 belasting terug. Wanneer het vermogen van dezelfde belastingplichtige voor € 50.000 uit spaargeld bestaat en de rest uit beleggingen, bestaat geen recht op een teruggave. In deze berekening had belastingplichtige immers meer moeten betalen dan betaald is.

Heden (2023 en 2024): spoedwetgeving
Om voor de jaren 2023 en 2024 weer box 3-belasting te kunnen heffen, zal het kabinet spoedwetgeving moeten opstellen. Het kabinet stelt voor om deze spoedwetgeving aan te laten sluiten bij de uiteindelijke vormgeving van het rechtsherstel. Daarbij is onderzocht of het mogelijk is om per 2023 een vermogensbelasting in te voeren, maar dat was uitvoeringstechnisch niet haalbaar. Het kabinet geeft daarbij aan dat het niet logisch is om een tijdelijke vermogensbelasting op te stellen, terwijl vanaf 2025 het werkelijke rendement op basis van vermogensaanwas belast gaat worden.

Toekomst (2025 en verder)
Doel van het kabinet is dat er vanaf 2025 wél een nieuw box 3-stelsel komt op basis van werkelijk rendement. Het kabinet stelt voor dit nieuwe box 3-stelsel vorm te gegeven als een vermogensaanwasbelasting, waarbij jaarlijks belasting wordt geheven over de reguliere inkomsten (zoals rente, dividend, huur en pacht, verminderd met de kosten) en de waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen (zoals koerswinst of koersverlies van aandelen en waardestijging of waardedaling van onroerend goed). Met deze methodiek wordt de waardeontwikkeling van bijvoorbeeld een aandelenportefeuille jaarlijks belast en niet pas in het jaar waarin een deel van de aandelen wordt verkocht. Langdurig uitstel van belastingheffing wordt op deze manier voorkomen.

Heeft u vragen over dit topic? Neem dan contact op met uw Baat adviseur.