Werkgevers en werknemers klaarwakker: einde aan slapende dienstverbanden

Op 8 november jl. heeft de Hoge Raad na een lange periode van onzekerheid duidelijkheid gegeven over de toelaatbaarheid van het fenomeen ‘slapend dienstverband’: werkgevers mogen arbeidsongeschikte werknemers niet onnodig in dienst houden om zo onder betaling van een ontslagvergoeding uit te komen.

Volgens de Hoge Raad brengt het wettelijk vereiste van ‘goed werkgeverschap’ mee dat op de werkgever de verplichting rust om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen, met betaling van een bedrag ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding waar de werknemer recht op zou hebben bij beëindiging na afloop van de 104 weken periode van arbeidsongeschiktheid. Dit kan anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie. De werkgever moet dit kunnen bewijzen.

Sinds de wet is aangenomen op grond waarvan werkgevers vanaf 1 april 2020 compensatie kunnen ontvangen van UWV voor een bij uit dienst treden aan de langdurig arbeidsongeschikte werknemer betaalde transitievergoeding, gaat het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd in beginsel niet meer op. De compensatie geldt ook met terugwerkende kracht voor transitievergoedingen die zijn betaald vanaf 1 juli 2015 in geval van beëindiging na twee jaar ziekte. De werknemer mag echter niet al vóór 1 juli 2015 104 weken of langer arbeidsongeschikt zijn geweest.

Ten aanzien van werkgevers die door het ‘voorschieten’ van de transitievergoeding in de financiële problemen komen, kan de rechter bepalen dat er een betaling in termijnen zal plaatsvinden of de betaling wordt uitgesteld tot na 1 april 2020. Omdat het UWV pas compenseert indien bij de aanvraag daarvan ook een betalingsbewijs wordt overlegd, zal de werkgever hoe dan ook het gehele bedrag voorafgaand aan de aanvraag moeten hebben voldaan aan de werknemer. Bovendien heeft UWV voor de betalingen die reeds plaats hebben gevonden vóór 1 april 2020 een beslistermijn van zes maanden, waardoor werkgevers de transitievergoeding waarschijnlijk gedurende een behoorlijke periode moeten voorschieten.

NB! Werkgevers die arbeidsongeschikte werknemers met een slapend dienstverband in dienst hebben die langer dan 10 jaar in dienst zijn, doen er goed aan om nog vóór 1 januari 2020 de arbeidsovereenkomst te beëindigen indien deze werknemers bij einde dienstverband 50 jaar of ouder zijn, vanwege de verhoogde opbouw van transitievergoeding. Indien de werkgever dit na 1 januari 2020 doet, zou de hoogte van de compensatie die de werkgever van het UWV krijgt namelijk worden berekend op basis van de regels over de hoogte van de transitievergoeding zoals die gelden na de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans. De transitievergoeding is dan lager voor de werknemer die langer dan tien jaar in dienst was en 50 jaar of ouder en daarmee is dan ook de compensatie lager en ontstaat er een (soms behoorlijk) verschil tussen de compensatie en de te betalen vergoeding.

Heeft u werknemers met een slapend dienstverband? Dan is de kans groot dat u op korte termijn door de werknemer wordt benaderd met het verzoek om het dienstverband te beëindigen onder toekenning van de transitievergoeding. Onze juristen staan voor u klaar om u te begeleiden bij de beëindiging van het dienstverband. Neem gerust contact met ons op indien u vragen hierover heeft en om de mogelijkheden van uw specifieke casus te bespreken.

Gepubliceerd: 15 november 2019